| Schildklier |
De schildklier
De schildklier ligt aan de voorkant van de hals, net onder het strottenhoofd, direct boven het kuiltje in de hals. Het heeft de vorm van een vlinder. Aan ieder kant van de luchtpijp zit een vleugel of kwab van de schildklier. De twee kwabben zijn verbonden door een smalle brug.
De schildklier weegt ongeveer 10 tot 20 gram en is bij volwassenen ongeveer 2 cm breed en 4 cm hoog. Aan de achterkant van de schildklier zitten vier bijschildklieren ter grootte van een rijstkorrel.
Als de schildklier gezond is, kun je hem nauwelijks zien of voelen. Bij het slikken beweegt hij met het strottenhoofd mee.
Wat doet de schildklier?
De schildklier produceert schildklierhormonen, die worden opgeslagen in de schildklier en worden afgegeven aan het bloed. Deze hormonen, T3 en T4, beïnvloeden bijna iedere cel in het lichaam en besturen de stofwisseling van het lichaam. Schildkliercellen nemen jodium uit het bloed op om T3 en T4 te maken. Deze schildklierhormonen worden afgegeven aan het bloed en naar diverse plekken in het lichaam getransporteerd, waaronder de lever, de nieren, de spieren, het hart en de hersenen, maar bijvoorbeeld ook naar de cellen die zorgen voor de groei van haren.
Omdat de schildklier de hormonen in het lichaam afscheidt, spreken we van een endocriene klier.
Als er te weinig schildklierhormoon in het bloed zit, dan wordt de stofwisseling in het lichaam vertraagd. Deze aandoening heet hypothyreoïdie. Als er te veel schildklierhormoon in het bloed zit, dan wordt de stofwisseling in het lichaam versneld. Deze aandoening heet hyperthyreoïdie.
Hoe werkt de schildklier?
De hoeveelheid schildklierhormoon die door de schildklier afgegeven wordt, wordt bepaald door een andere klier in de hersenen genaamd de hypofyse. Een ander deel van de hersenen, de hypothalamus, helpt de hypofyse zijn werk te doen. De hypothalamus stuurt informatie naar de hypofyse, die op zijn beurt, de schildklier bestuurt. De schildklier, de hypofyse en hypothalamus werken samen om de hoeveelheid schildklierhormoon in het lichaam te controleren.
Deze organen werken op dezelfde manier als hoe een thermostaat de temperatuur in een kamer regelt. Net zoals een thermometer de temperatuur in een kamer meet, meet de hypofyse de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed. Als er te weinig schildklierhormoon is, dan zet de hypofyse "de kraan open" door schildklierstimulerend hormoon (TSH) in het bloed te sturen. Het TSH vraagt aan de schildklier om meer schildklierhormoon. Het schildklierhormoon komt vervolgens rechtstreeks in het bloed. Als de hoeveelheid schildklierhormoon weer op een normaal niveau is, meet de hypofyse dit en "draait de kraan dicht", waardoor de afgifte van TSH weer normaal wordt. Hierdoor wordt ook de afgifte van schildklierhormoon weer normaal.
|